Thea Beckman †
1923 - 2004
![]() |
Thea Beckman is in de nacht van 4 op 5 mei in haar huis in Bunnik
overleden. Haar boeken heb ik "gevreten" |
![]() |
Biografie Thea Beckman is geboren op 23 juli 1923 in Rotterdam. Ze was enig kind. Ze groeide op in de crisistijd. Haar vader kwam zonder werk te zitten, daardoor kon ze niet gaan studeren. Vroeger was het trouwens ongewoon dat meisjes gingen studeren en ook haar ouders wilden dat ze een ‘nuttig’ vak ging leren. Ze werd na de lagere school op de industrieschool opgeleid tot naaister. Dit was niets voor haar en ze werd van school gestuurd. Ze ging naar de MULO en werkte tot ze ging trouwen op een kantoor. Ze trouwde in 1945 met Dirk Hendrik Beckman en kreeg 3 kinderen: Rien, Jerry en Marianne. Nu (1997) heeft ze ook vijf kleinkinderen. In 1993 overleed haar man. Nadat ze haar kinderen had opgevoed besloot ze alsnog te gaan studeren. En in 1981 behaalde ze haar doctoraal in de psychologie. Haar doctoraalscriptie ging over de invloed van jeugdboeken op kinderen. Met schrijven begon ze in 1947. Eerst verhalen in jeugdtijdschriften (korte (kinder)verhalen in 'Kris Kras' en 'Taptoe')en journalistieke stukjes in kranten (de Haagse Post) daarna begon ze met boeken schrijven. Ze debuteerde in 1957 met een roman voor volwassenen: 'Anjers voor Adčle'.
![]() |
![]() |
![]() |
In de jaren 70 begon ze met het schrijven van jeugdboeken. Thea Beckman schrijft vooral historische boeken. Voor haar historische kinderboeken documenteert Thea Beckman zich uitvoerig. Ze wil alles weten van de kleding en de gebruiksvoorwerpen van die tijd. Ze leest veel en reist naar de plaatsen waar het verhaal gaat spelen. Soms duurt zo'n voorbereiding wel anderhalf jaar, voordat ze echt gaat schrijven.
................................ |
............................... |
![]() |
............................. |
![]() |
In de boeken van Thea Beckman komt altijd wel een kind voor dat kritisch, onafhankelijk en zelfs koppig is. Omdat ze graag wil laten zien dat meisjes net zoveel waard zijn als jongens, gaan haar vrouwelijke figuren vaak de strijd aan tegen een door mannen beheerste wereld. Zelf zegt ze dat ze twee belangrijke redenen heeft om Jeugdliteratuur te schrijven namelijk dat ze dol is op kinderen en dat ze boeken schrijft die ze vroeger als kind zelf had willen lezen.
![]() |
.............................. |
![]() |
Werk
van Thea Beckman is vertaald in allerlei talen, bijv.: Deens, Duits, Engels,
Ests, Fins, Fries, Hongaars, IJslands, Japans, Russisch, Spaans (Castiliaans,
Catelaans en Baskisch) en Zuid-Afrikaans. En voor haar als voor haar meeste
hoofdpersonen geld dit motto : ‘laat je niet van de wijs brengen en zet door’.
Thea Beckman stierf in de nacht van 4 op 5 mei 2004, na een ziekbed van
2 maanden, op 80
jarige leeftijd in haar huis in Bunnik aan de gevolgen van kanker.

Interview met Thea
Beckman
‘Ik ben dag en nacht met mijn vak bezig’ vertelt Thea Beckman. ‘Ik probeer zo
goed mogelijk te schrijven. Ik tob, ik werk, ik schrap, ik verbeter, net zolang
tot ik moet zeggen: “Beter kan ik niet. Hier liggen de grenzen van mijn
talent.”’
- Waarom is schrijven zo leuk?
‘Ik houd van schrijven omdat ik het leven zo prachtig vind. Schrijven is voor
mij een soort toevluchtsoord. En het is leuk als mensen je boeken graag lezen.
Ik wil graag boeiende, leesbare boeken schrijven waaraan mijn lezers machtig
veel plezier beleven. Kinderboeken schrijven is extra leuk omdat ik dol op
kinderen ben en omdat ik nu zelf de boeken kan schrijven die ik vroeger graag
als kind had willen lezen.’ Bijna de helft van Thea Beckmans boeken zijn
historische romans.
- Hoe kwam u ertoe om uw eerste historische roman te schrijven?
‘Op een gegeven las ik in een boek over kinderkruistochten. Ik vond het meteen
een prachtig onderwerp en ben me erin gaan verdiepen. Zo ontstond
Kruistocht in spijkerbroek. Een historisch boek schrijven is wel een
hoop werk. Ik ben soms wel anderhalf jaar bezig met de voorstudie. Daarvoor ga
ik vaak op reis. Voor Kruistocht ben ik naar Duitsland, Frankrijk, Zwitserland
en Italië gereisd. Ik wilde alles zien zodat ik precies wist hoe ik de plaatsen
moest beschrijven. Ook bestudeer ik voor mijn historische romans veel
geschiedenisboeken, snuffel ik in archieven en bekijk ik plattegronden – ik wil
geen geschiedkundige blunders maken. Mijn speurtocht levert me soms zoveel
historisch materiaal op dat ik er meerdere boeken mee kan vullen. Zo schreef ik
bijvoorbeeld drie boeken over Kampen: Hasse Simonsdochter,
De Stomme van Kampen en Het wonder van Frieswijck.’
- In veel van uw historische romans spelen ‘gewone mensen’ de hoofdrol.
Waarom is dat?
‘In de geschiedenisboeken gaat het bijna altijd over veldheren, koningen,
geleerden en andere belangrijke mensen die grote daden in hun leven hebben
verricht. Maar over het gewone volk lees je bijna nooit wat, terwijl die mensen
toch ook hun dromen en verlangens hadden en van alles meemaakten. Bovendien
heeft over ‘gewone mensen’ schrijven ook nog een praktisch voordeel voor mij;
omdat die mensen niet beroemd waren en niet in de geschiedenisboeken beschreven
zijn, kan ik van alles over hen fantaseren terwijl je je met bestaande figuren
altijd aan de feiten moet houden.’
- Hoe gaat het schrijven verder in zijn werk?
‘Een goed boek schrijft zichzelf. Je moet het niet helemaal willen sturen, dan
wordt het maakwerk. Ik weet als ik begin ook meestal niet hoe een verhaal gaat
aflopen, en soms gaan de personages met me op de loop. Zij weten beter wat ze
willen dan ik, zij zijn de baas en daarom laat ik ze altijd hun gang gaan. Zo
ging Dolf uit Kruistocht in spijkerbroek tegen mijn wil in de
ontvoerde kinderen terughalen. Maar verder is schrijven geen avontuurlijk
beroep. Het is zelfs nogal saai. Je zit achter je schrijfmachine en je doet en
beleeft niets anders dan wat je schrijft. Het is ook eigenlijk een heel eenzaam
beroep. Alles gaat langs je heen, zelfs op de momenten dat je niet zit te
schrijven, want dan luister je, bestudeer je, pluis je uit – allemaal voor dat
ene boek waar je mee bezig bent. Zelfs tijdens het boodschappen doen of het
stofzuigen ben ik er nog mee bezig!’
- En hoe voelt het als het boek eenmaal af is?
‘Dat is een akelig gevoel! Anderhalf jaar heb ik aan niets anders lopen denken,
van niets anders gedroomd, en opeens is het voorbij. Dan val ik in een diep
gat.’
Thea Beckman heeft voor haar boeken al heel wat prijzen gekregen. Het begon in 1971 met een Zilveren Griffel, drie jaar later gevolgd door een Gouden Griffel voor Kruistocht in spijkerbroek en opnieuw een Zilveren Griffel voor Stad in de Storm in 1980. In 1984 kreeg ze de Huib de Ruyterprijs toegekend voor al haar historische romans, omdat ze met haar boeken het geschiedenisonderwijs een nieuwe impuls heeft gegeven; in haar verhalen maakt ze de geschiedenis concreet door situaties helder en invoelbaar te beschrijven en door personages neer te zetten waarin jonge lezers zich kunnen herkennen. In 1993 kreeg Thea Beckman de dr. Fehrmanprijs van de stad Kampen. Vanaf 1987 werd een groot aantal van haar boeken genomineerd en bekroond door de Nederlandse Kinderjury. Zelf zegt Thea Beckman met deze laatste prijzen het gelukkigst te zijn: ‘Het is het leukst als je boeken door kinderen gekozen worden, want zij zijn immers mijn publiek. Als kinderen jouw boeken het mooist vinden, geeft dat erg veel voldoening.’ Behalve van schrijven, houdt Thea Beckman erg van reizen. Tegenwoordig kan ze echter niet altijd makkelijk weg; ze heeft een paar katten en een hond (Blackie) en als ze op vakantie wil moet ze eerst een oppas voor haar dieren regelen. Daarnaast houdt ze erg van muziek. Ze speelt piano en heeft vaak muziek op staan als ze in haar werkkamer met twee grote boekenkasten achter haar schrijfmachine zit te werken. In die werkkamer heeft ze niet alleen al heel wat romans over de geschiedenis geschreven, maar ook een aantal verhalen die in de toekomst spelen, fantasieverhalen en eigentijdse verhalen. Wat opvalt aan haar personages is dat ze zich door niets of niemand laten intimideren. Ze zijn onafhankelijk, koppig en bekijken de wereld met een kritische blik. Dat veel jonge lezers zich in Thea Beckmans personages kunnen herkennen en de verhalen met plezier lezen, blijkt wel uit de vele herdrukken die haar boeken beleven (Kruistocht in spijkerbroek is al zesenzestig keer herdrukt!) en uit de vertalingen die er van haar boeken zijn gemaakt, o.a. in het Engels, Spaans, Duits, Hongaars, Deens, IJslands, Fins, Japans, Fries, Bulgaars en Russisch.
![]()
Thea Beckman werd in 1923 geboren. Ze was enig kind en bovendien een meisje en haar ouders vonden het vanzelfsprekend dat ze thuis zou meehelpen in de huishouding. Haar vader was kantoorbediende bij de Holland-Amerikalijn en werd in de crisisjaren werkloos. Studeren was er voor Thea niet bij; omdat er geen geld voor was, maar ook omdat haar ouders het niet nodig vonden voor een meisje. Thea wilde als kind graag schrijfster worden of ontdekkingsreiziger. Voordat in elk geval één van deze dromen uitkwam, werkte ze echter eerst enige jaren op een kantoor. De eerste jaren van haar huwelijk hield ze zich voornamelijk bezig met de opvoeding van de kinderen en het huishouden, maar ze schreef ook journalistieke stukjes en korte verhalen, onder andere voor damesbladen, de Haagse Post en de kindertijdschriften Kris Kras en Taptoe. Pas toen de kinderen groot waren, had ze meer tijd en begon ze met het schrijven van boeken. Toen begon ze ook aan de studie sociale psychologie die ze in 1981 voltooide met een scriptie over de invloed van boeken op jongeren. Vanaf Thea Beckmans debuut bij Lemniscaat Met Korilu de Griemel rond in 1970 volgden de kinder- en jeugdboeken elkaar in hoog tempo op; schrijven werd haar beroep. In mei 2004 overleed Thea Beckman op 80-jarige leeftijd in haar woonplaats Bunnik.
Thea Beckman is gefascineerd door de geschiedenis. Ze heeft boeken geschreven
over een groot aantal verschillende periodes - van de middeleeuwen tot de
achttiende eeuw. In haar historische romans komen vaak (bekende) mensen voor die
echt hebben bestaan, maar haar hoofdpersonen bedenkt ze altijd zelf, omdat ze
anders als schrijfster te weinig vrijheid heeft.
Haar toekomstromans over Thule spelen tien eeuwen nadat de Derde Wereldoorlog
heeft plaatsgevonden. In deze boeken zijn de vrouwen aan de macht; de
schrijfster wil daarmee laten zien dat die even veel waard zijn als mannen.
Daarnaast heeft ze een aantal eigentijdse boeken geschreven en enkele
fantasieverhalen voor jongere kinderen.
In haar verhalen komt een aantal thema’s steeds weer terug. Zo gaan veel boeken
over:
· de invloed die avonturen op een mens kunnen hebben (Vrijgevochten, de trilogie
over de Honderdjarige Oorlog);
· de positie van gewone mensen vroeger (Stad in de storm, De val van de
Vredeborch);
· kinderen die om de een of andere reden voor zichzelf op moeten komen (Wij zijn
wegwerpkinderen, Wonderkinderen);
· en de strijd van meisjes en vrouwen voor gelijke behandeling als mannen (Hasse
Simonsdochter, Saartje Tadema).
Daarnaast heeft Thea Beckman nog een aantal verhalen en boeken geschreven die
niet door uitgeverij Lemniscaat zijn uitgegeven, en publiceerde zij een aantal
verhalen in verhalenbundels:
1957 De ongelooflijke avonturen van Tim en Holderdebolder
Uitgeverij Ploegsma
1964 Bertus en het wonderkrijtje Kris Kras
1966 Mickey en de vreemde rovers Kris Kras
1973 Heremijntijd… wat een lastpost! Uitgeverij Unieboek
1991 Het wonder van Frieswijck, kinderboekenweekgeschenk
Stichting CPNB
De pers over Thea Beckman
‘Het boek is gewoon alleen maar goed!’
Mischa de Vreede over Kruistocht in spijkerbroek in het NRC
Handelsblad
‘De inhoud van deze drie vorstelijke boeken is niet kort samen te vatten. Lees
ze.’
Marijke van Raephorst over de trilogie over de Honderdjarige Oorlog
in Elseviers Magazine
‘Thea Beckman schrijft in dit boek niet alleen een voortreffelijk verhaal. Het
is duidelijk ook een felle aanklacht tegen de maatschappij, vooral tegen de
mentaliteit die veel verziekt en de machtswellust van waaruit maar al te vaak
gehandeld wordt. Het helse paradijs zet je wel aan het denken.’
Ruud Kamphoven over Het helse paradijs in het Brabants
Dagblad
‘Zij (Thea Beckman, red.) is een van de weinige Nederlandse auteurs die erin
slagen voor de jeugd periodes uit de geschiedenis toegankelijk te maken door ze
te kruiden met personen en gevoelens die van alle tijden zijn, met
verliefdheden, generatieconflicten of idealisme. Dat was al zo in Kruistocht in
spijkerbroek, in Hasse Simonsdochter of Stad in de storm, maar het geldt opnieuw
voor De val van de Vredeborch.’
Joke Linders over De val van de Vredeborch in het Algemeen
Dagblad
‘Zij (Thea Beckman, red.) is een verteller, ze houdt de aandacht vast, zoals een
verteller dat kan bij een kampvuur. Steeds word je als lezer weer bij het
verhaal betrokken (…)’
Toin Duijx over De Stomme van Kampen in Hervormd Nederland
‘Vrijgevochten is zeer geschikt voor grote groepen leerlingen in de brugklas en
de tweede klas van alle schooltypen, die heerlijk ongecompliceerd kunnen
meeleven met Jaspers spectaculaire gebeurtenissen. Ze zullen ervan smullen.’
Ruud Kraaijeveld over Vrijgevochten in Levende talen
![]() |
................................................................ |
![]() |